Inkomenselasticiteit is een segmentelasticiteit

In het examenprogramma staat in het leerdoel dat betrekking heeft op de inkomenselasticiteit, achter inkomenselasticiteit, tussen haakjes, ‘alleen segmentelasticiteit’. Wat zouden de samenstellers van het examenprogramma hier mee bedoeld hebben? Inkomenselasticiteit ís een segmentelasticiteit.

Laat ik dat illustreren met een voorbeeld. Neem aardappelen. Mensen in een lage inkomensgroep die afhankelijk zijn van de voedselbank, zullen bij een stijging van hun inkomen – wanneer ze niet langer in aanmerking komen voor de voedselbank -, meer gaan besteden aan normale levensmiddelen zoals aardappelen, brood, en groenten. De inkomenselasticiteit voor aardappelen voor lage inkomensgroepen is dan positief, en volgens de indeling die gebruikt wordt voor inkomenselasticiteiten, een normaal goed. Iemand die daarentegen een middeninkomen verdiend, zal misschien minder aardappelen gaan consumeren en aardappelen vervangen door andere producten. Het voorbeeld dat je vaak leest is dat aardappelen vervangen worden door pasta en rijst. Een toename van het inkomen leidt dan tot een afname van de vraag naar aardappelen. De inkomenselasticiteit is een segmentelasticiteit omdat het vertrekpunt – de hoogte van het initiële inkomen – (mede)bepalend is voor het effect op de vraag.

Daarom begrijp ik niet goed waar de termen inferieure, normale en luxe goederen vandaan gekomen zijn om de inkomenselasticiteiten onder nul, tot één en daarboven te benoemen. Het hangt immers af van de initiële inkomen wat het effect op de vraag is, en niet van het product – aardappelen blijven aardappelen. Daarnaast zijn het subjectieve begrippen. Ik heb er moeite mee dat we in een economieboek aardappelen inferieur noemen, omdat de inkomenselasticiteit ons dat dicteert1. Kunnen we hier geen andere termen voor bedenken?


Hoe kunt u dit in de les gebruiken?

U zou, voor u het begrip inkomenselasticiteit bij uw leerlingen introduceert, en voor u hen het onderscheid leert tussen inferieure, normale en luxe goederen, aan leerlingen kunnen vragen of zij voorbeelden hiervan kunnen geven. Het antwoord brengt u waarschijnlijk weer met twee benen op de grond.2


    1. Ik zou voedingsmiddelen met een lage voedingswaarde inferieur noemen.
    2. Ik noem dit een schoolvoorbeeld van het verschil tussen thuistaal en schooltaal. Inferieur telt dubbel.
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief: