Bevolkingsomvang

Een reden om economische groei na te streven is een groeiende bevolking. Ik denk dat iedereen zich dit kan voorstellen: er wordt een baby’tje geboren – er komt een mond bij om te voeden, opa of oma trekt bij een gezin in – er komt een mond bij om te voeden. Dit werkt precies hetzelfde op het niveau van een land. Op het niveau van de aarde is er een verschil: het aantal te voeden monden verandert alleen door geboorte en sterfte. Verhuizing, zoals opa, oma of een migrant, leidt op aards niveau niet tot een toe- of afname van de bevolking.

Ik benoem dat, omdat ik wil benadrukken dat de wereldbevolkingsomvang niet verandert als gevolg van migratie. Migranten zijn mensen die proberen in de donut1 terecht te komen – omdat ze vluchten voor onrecht, oorlog of armoede. Er zijn ook migranten die al in de donut zaten maar hun positie willen versterken met beter betaald werk, toegang tot betere gezondheidszorg of beter onderwijs.

Hier wil ik het niet hebben over het effect dat migratie kan hebben op economische groei en/of de herverdeling van de taart. Hier wil ik focussen op een lastiger vraagstuk: de relatie tussen economische groei en bevolkingsomvang. Want als ik me afvraag of er een plafond is aan economische groei, moet ik me dan ook niet afvragen of er een plafond is aan de bevolkingsomvang?

Ik ben niet de eerste die deze vraag stelt, er zijn verschillende prognoses gemaakt van het aantal aarde-planeten dat we nodig hebben als de gehele wereldbevolking de westerse levensstandaard heeft. Een reactie hierop is proberen andere planeten te vinden waar mensen kunnen leven, maar zolang dat nog niet tot concrete resultaten heeft geleid zullen we moeten roeien met de riemen die we hebben – en iets aan de omvang van de bevolking en/of aan de levensstandaard moeten doen. Hier focus ik op de bevolkingsomvang.

In de witte broodsjaren van ons huwelijk reisden mijn man en ik een paar keer naar Oost-Azië, met name naar Indonesië. Dat was in de tijd van het familieplanning programma ‘dua anak cukup’ – twee kinderen is genoeg – een maatregel van de Indonesische regering om de omvang van de bevolking van het land in de klauw te houden. Het moet indruk op me gemaakt hebben, omdat ik een tijdje overwogen heb om lid te worden van de club van 10 miljoen – een stichitng die wilde bereiken dat de Nederlandse bevolking zou krimpen tot 10 miljoen2. Ik weet niet meer waarom ik destijds besloten heb om niet lid te worden, maar ik heb naar de geest van de stichting gehandeld – voor mij was satu (één) anak cukup.3 4

Als ik kijk naar de cijfers van de Verenigde Naties’ (VN) World Population Prospects, dan is de wereldbevolking van ruim 2,5 miljard in 1950 gegroeid tot bijna 7,5 miljard in 2015 en is er geen periode van krimp geweest. De vraag is hoe dit zich verder gaat ontwikkelen. In een persbericht van 2017 geeft de VN een optimistische prognose af. De vruchtbaarheidsgraad5 daalt, en de verwachting is, dat alle werelddelen naar een vruchtbaarheidsgraad op het onderhoudsniveau tenderen. Alleen bereiken we dit allemáál pas in 2090-2095. Daarom groeit de wereldbevolking vooralsnog gestaag door, tot een niveau van zo’n 11 miljard aan het eind van deze eeuw, is de prognose.6

Eén van de vragen die een groeiende wereldbevolking oproept is: moeten overheden een actief bevolkingsbeleid voeren? En zo ja, hoe moet dat er dan uitzien? Verwacht van mij hier geen antwoorden. Overheden die kindgerelateerde maatregelen hebben getroffen, beogen niet persé het krijgen van kinderen te stimuleren. De maatregel kan bijvoorbeeld gericht zijn op het vergroten van de arbeidsparticipatie, zoals de kinderopvangtoeslag. Daarnaast heeft het ontmoedigen of het bevorderen van bepaalde voorzieningen, zoals IVF en euthanasie ook een ethisch aspect.

Omdat de ontwikkeling van de bevolking een factor is die een rol speelt bij economische groei, zou ik wel bevolkingscijfers willen opnemen op het economisch dashboard. Want als de vruchtbaarheidsgraad boven het onderhoudsniveau komt, groeit de bevolking exponentieel7.


Hoe kunt u dit gebruiken in de les?

Als u op de site van de Verenigde Naties kijkt, zult u zien dat de prognoses uiteenlopen van krimp tot en met groei. Dat hangt allemaal samen met de vruchtbaarheidsgraad van de bevolking. Daarnaast hangt het samen met de leeftijd waarop vrouwen kinderen krijgen, en de levensverwachting. Deze factoren kunt u met behulp van een simpel rekenvoorbeeld met uw leerlingen onderzoeken:

  • We gaan uit van vier man-vrouw koppels en een vruchtbaarheidsgraad van 2. Vrouwen krijgen hun tweede kind als ze 30 zijn. De levensverwachting van mensen is 70 jaar. Hoeveel mensen zijn er wanneer de vierde generatie is geboren? Voor de eenvoud gaan we ervan uit dat alle acht Adam’s en Eva’s even oud zijn. We nemen ook aan dat er precies evenveel meisjes als jongens worden geboren.8
  • We gaan weer uit van vier man-vrouw koppels en een vruchtbaarheidsgraad van 1. De rest van de gegevens blijft hetzelfde. Hoeveel mensen zijn er wanneer de vierde generatie is geboren?9
  • Tot slot kun je nog onderzoeken wat het effect is van een vruchtbaarheidsgraad van bijvoorbeeld 4, waarbij de rest van de gegevens hetzelfde blijven. Hoeveel mensen zijn er wanneer de vierde generatie is geboren?10

Door met deze scenario’s te spelen leren we, dat er vruchtbaarheidsgraden zijn die tot krimp leiden, dat er een onderhoudsvruchtbaarheidsgraad is waarbij de bevolkingsomvang stagneert, en dat er vruchtbaarheidsgraden zijn die voor een exponentiële groei van de bevolking zorgen. De leeftijd waarop vrouwen kinderen krijgen bepaalt hoe snel een eventuele groei – of krimp – gaat, in combinatie met de levensverwachting.

De rekenvoorbeelden kunt u als voorbereiding doen op het onderzoeken van de World Population Prospects (WPP) van de Verenigde Naties. Daar vindt u bijvoorbeeld een wereldkaart (selecteer total fertility rate) met vruchtbaarheidsgraden. De WWP biedt verschillende selectiemogelijkheden, leerlingen kunnen de data op wereldniveau, maar ook op het niveau van een werelddeel of een land raadplegen. U kunt uw klas in groepen opdelen en iedere groep bijvoorbeeld de data van een werelddeel laten presenteren.11

Het beeld dat ik hier over heb willen brengen is dat we met z’n allen binnen de grenzen van de donut kunnen verblijven, tot het aantal mensen er niet meer in past. Wanneer we dat aantal bereiken is deels subjectief, deels objectief.


  1. Hier verwijs ik naar het donut model van de Britse econome Kate Raworth.
  2. Het doel van deze vereniging is tegenwoordig ruimer: het terugbrengen van de ecologische voetafdruk. Meer informatie is te vinden op hun website.
  3. Eigenlijk is dat er nog één teveel, want op hun website staat ‘gaat heen en vermenigvuldigt u niet’.
  4. Journaliste Emma Meelker schreef hier in One World het artikel Eén kind minder dan ik wil over, waarin ze op het vraagstuk van het aantal kinderen ingaat.
  5. Het verwachte aantal kinderen dat een vrouw gedurende haar vruchtbare leven zal baren.
  6. In dit verband raad ik aan om de TED Talk van Hans Rosling te bekijken waarin hij een prognose voor de mondiale bevolkingsgroei geeft voor 2050.
  7. Het begrip exponentieel valt inzichtelijk te maken met de legende van de koning en het schaakbord.
  8. De eerste generatie van vier koppels krijgt acht kinderen. Het laatste kind werd geboren op hun 30ste. Als hun acht kinderen – de tweede generatie – vier koppels hebben gevormd en 30 zijn, hebben zij eveneens acht kinderen voortgebracht. Dus na 60 jaar is het aantal mensen 8+8+8=24. Wanneer de derde generatie kinderen krijgt zijn opa en oma – de eerste generatie – inmiddels gestorven. De vierde generatie houdt de bevolkingsomvang op 24. Je kunt spelen met de leeftijd waarop vrouwen kinderen krijgen en de levensverwachting om verschillende uitkomsten te krijgen.
  9. De eerste generatie krijgt vier kinderen. Deze kinderen vormen twee koppels die samen twee kinderen krijgen. Die twee kinderen kunnen samen nog één koppel vormen en één kind krijgen. Op dat moment zijn er 4+2+1=7 mensen, de eerste generatie is al gestorven.
  10. De eerste generatie krijgt 4×4=16 kinderen. De tweede generatie vormt acht koppels en krijgt 8×4=32 kinderen. Deze derde generatie vormt zestien koppels die 16×4=64 kinderen krijgen. Op het moment dat de laatste van deze vierde generatie is geboren, zijn er 16+32+64=112 mensen en is het aantal groeiende.
  11. Ter inspiratie: Hans Rosling is een meester in het presenteren van (bevolkings)statistieken.