Fiets-index

Woensdag las ik het artikel What the ‘bicycle index’ says about a country in de Asian Review via Blendle. Het artikel is van 13 oktober 2017 – Blendle loopt klaarblijkelijk achter met het doorwaden van het informatiemoeras -, maar ik haal het hier toch aan, omdat het een interessante vraag oproept.
In het artikel vertelt de auteur dat in Thailand niet de auto, maar de fiets een statussymbool is – ‘you are what you ride’. In de 80-jaren waren de Thais meestal genoodzaakt om de fiets te gebruiken als transportmiddel, omdat ze zich geen auto, of gemotoriseerd transport, konden veroorloven, maar in 2017 is de fiets een luxe artikel, waarmee mensen die het zich kunnen veroorloven, recreëren in hun vrije tijd.1
De auteur van het artikel vindt de toename van het aantal fietsen voor recreatiedoeleinden een indicator voor een verbetering van de welvaart van de Thaise bevolking. Hij introduceert de ‘fiets-index’ A/B, waarin (A) staat voor het aantal mensen dat uit vrije keuze fietst en (B) voor het het aantal mensen dat noodgedwongen fietst, omdat ze geen ander transportmiddel kunnen bekostigen. Vervolgens koppelt hij een waarde-oordeel aan deze index: naarmate een land minder welvarend is, is de fiets-index kleiner. Hij legt het omslagpunt bij het indexcijfer 1, door het als volgt op te schrijven: [arm] < 1 < [rijk].2
Uw leerlingen kunnen deze maatstaf – de fiets-index – vergelijken met de gangbare maatstaf voor welvaart, door een aantal vragen te beantwoorden:
- Wat is de gangbare maatstaf voor welvaart?3
- Wat is het verschil tussen de gangbare maatstaf en de fiets-index?4
- Waarom vind je de fiets-index een goede / geen goede maatstaf voor welvaart?5
1 Het artikel maakt niet duidelijk of deze mensen naast de fiets ook een auto hebben, maar uit onderzoek van het Pew Research Center blijkt dat in Thailand 51% van de ondervraagden een auto, 87% een motor en 74% een fiets had en uit cijfers in het Thaise Statistical Year Book van 2016 is een stijging van het gemotoriseerd vervoer te zien van 2014 op 2015.
2 Het is maar te hopen dat er altijd iemand noodgedwongen fietst, omdat we anders een wiskundig probleem hebben.
3 Het Nationaal Inkomen (of BNP) per hoofd van de bevolking.
4 De fiets-index geeft de verhouding weer tussen het aantal arme mensen, die zich alleen een fiets kunnen veroorloven, en het aantal ‘rijke’ mensen, dat de keuzevrijheid heeft om te fietsen. Daarmee is het een maatstaf voor relatieve welvaart, die bovendien gebruikt kan worden om landen onderling te vergelijken. Het BNP per hoofd van de bevolking is een absolute maatstaf, die gebruikt wordt om landen onderling te vergelijken.
5 Mijn ’two cents’: (1) Het hangt niet alleen van het inkomen, maar ook van de infrastructuur en de afstand tot werk en voorzieningen af of de fiets populair is als transportmiddel. (2) Wordt ik meer of minder welvarend als ik mijn auto weg doe om voortaan alles op de fiets te doen? (3) Ben ik welvarender als ik kan kiezen of ik een fiets én een auto (of motor) wil, of ben ik even welvarend als ik die keuze niet heb, maar content ben met mijn fiets?