Substitueerbaarheid

Ik woon op het moment in Engeland, sinds januari 2016. We zijn hier naartoe gekomen voor het werk van mijn man, hebben ons huis in Nederland verkocht en zijn hier gaan huren. Rond de jaarwisseling van het afgelopen jaar liep de huur van ons huis af en moesten we verhuizen. Bij het zoeken van een nieuw huurhuis lette ik steeds op twee dingen: ligt er tapijt op de vloer1 en is er een gasfornuis? Dat laatste vind ik belangrijk omdat ik gewokt eten lekker vind – en wokken doe je op een gasvlam die tegen de wand van de wokpan op kan klimmen. Dat kan een thermische warmtebron niet.

We zullen waarschijnlijk niet onze oude dag in Engeland slijten, dus volgen we nog steeds het nieuws uit Nederland, en is het me dus niet ontgaan dat Nederland van het gas af moet. De laatsten in 2050 als het aan de overheid ligt.2 Ik zal me wel redden zonder gasfornuis met wokpit, maar ik vraag me wel af: hoe gaan wokrestaurants dat doen?


Hoe kunt u dit in de les gebruiken?

Als we allemaal van het gas af moeten, moeten we gas substitueren met een andere energiebron. U kunt uw leerlingen hierover een paar vragen voorleggen:

  • Waarvoor gebruiken we gas, niet alleen in huizen, maar ook in de industrie, en waardoor kan dat gas vervangen worden?3
  • Wat zullen de gevolgen zijn voor de energiemarkt in het geheel en specifieke vormen van energie in het bijzonder?4

  1. We hebben een hond en een hond en tapijt gaan niet goed samen. Ik probeerde dus het aantal vierkante meter tapijt in ons nieuwe huis te minimaliseren.
  2. Bron: Nederland van het gas af, maar wie betaalt de transitie?, Charlotte Huisman, De Volkskrant, 2 mei 2018
  3. Aardgas (gas) wordt gebruikt voor electriciteitsopwekking en warmteopwekking. In 2013 werd 53% van de electricteit in Nederland opgewekt met aardgas. Alternatieven voor het opwekken van electricteit zijn kolen, biomassa, kernenergie en duurzame energie. Duurzame energie droeg in 2013 12% van de totale electriciteitsproductie bij.
    Warmte wordt gebruikt in huizen, kantoren en door andere kleinverbruikers (o.a. restaurants) voor verwarming, warm water en koken, de tuinbouw gebruikt het voor het verwarmen van kassen, en de industrie gebruikt warmte in metallurgische en chenische processen. 75% van de warmtebehoefte wordt geproduceerd met gas. Kleinverbruikers gebruiken laag calorisch gas. Als Nederland aardgas moet importeren – volgens een rapport van TNO misschien al in 2021, dan importeert het hoogcalorisch gas, dat niet geschikt is voor onze fornuisen en cv-ketels. Het mengen van stikstof en hoogcalorisch om laagcalorisch gas te krijgen kost geld en het vervangen van apparatuur ook. Maar het plan is om kleinverbruikers helemaal van het gas af te halen en over te stappen op duurzaam gewonnen electriciteit. In de tuinbouw en industrie wordt gebruik gemaakt van warmtekrachtkoppeling (WKK) waarmee tegelijkertijd warmte en electriciteit wordt opgewekt, die moeten ook overstappen op een andere energiebron, bijvoorbeeld biomassa of groen gas.
    Daarnaast wordt gas als grondstof gebruikt in petrochemische processen bijvoorbeeld voor de productie van ammoniak. Ik neem aan dat deze industrie sector gewoon gas blijft gebruiken, alleen niet uit Nederlandse bodem.
    Nederland exporteerde in 2016 voor 2,7 miljard euro aan aardgas. Hiervoor moesten we zelf gas importeren, omdat de productie is afgenomen. In 2013 exporteerden we nog voor 9,8 miljard euro.
    Bronnen: Nederland moet mogelijk al over vier jaar aardgas importeren, Erik van der Walle, NRC, 30 augustus 2017 – Aardgas in de Nederlandse energievoorziening, aardgas-in-nederland.nl – Aardgasexport in drie jaar gehalveerd, CBS, 2 maart 2017.
  4. Ik geef een antwoord met als invalshoek substitueerbaarheid. Waar gas gebruikt wordt voor electriciteitsopwekking, is het de bedoeling dat het vervangen gaat worden door duurzame energie. Energiecentrales kunnen in plaats van gas meer biomassa gaan verbranden, de vraag naar biomassa zal daardoor toenemen. Energiebedrijven kunnen investeren in bijvoorbeeld windenergie, en daarmee in de behoefte aan electricteit voorzien. Dit heeft geen gevolgen voor de vraag naar energie door kleinverbruikers. Kleinverbruikers kunnen zelf ook electriciteit winnen, bijvoorbeeld met zonnepanelen. Hierdoor neemt de vraag naar electriciteit van kleinverbruikers af.
    De vraag naar electriciteit neemt ook toe, omdat apparaten op gas, zoals het gasfornuis, vervangen worden door electrische apparaten.
    De industrie en de tuinbouw kunnen voor warmtekrachtkoppeling overstappen op biomassa, waardoor de vraag naar biomassa toeneemt. Huishoudens zouden kunnen besluiten om meteen te investeren in een warmtepomp als alternatief voor de gasgestookte cv-ketel. Daardoor neemt de vraag naar electricteit minder toe.
    Samenvattend: Ik denk dat het grootste gedeelte van het gasverbruik wordt vervangen door duurzame energie, waaronder het verbranden van biomassa. Deze verwachting is in lijn met de plannen van de overheid.
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief: