Economische groei en bevolkingsomvang

Dit is het derde bericht over economische groei. Ik ben er niet van overtuigd dat economische groei per definitie nodig is1, en evalueer redenen om economische groei na te streven om het groei-denken beter te begrijpen. Eerder2 schreef ik over schulden als motor voor economische groei, en deze keer wil ik kijken naar veranderingen in de omvang van de bevolking.

De relatie tussen de economische groei en de bevolking is recht-toe-recht-aan: hoeveel monden moeten we vandaag, de komende week, volgende maand … jaren, voeden? Dan vermenigvuldig je dat met de gemiddelde consumptie per persoon, en dan heb je je productieplan – grofweg3 -, en dan weet je hoeveel je economie al dan niet moet groeien. Mensen hebben meer nodig dan voedsel, en daarom zouden we daar een andere maatstaf voor nodig hebben dan een gemiddeld voedselpakket – bovendien is het fijn als je zelf een beetje mag kiezen. Dus we hebben een welvaartsmaatstaf nodig, een gemiddelde van onze huidige welvaart per persoon – ervan uitgaande dat we daar tevreden mee zijn – gemiddeld genomen4.
Laten we zo’n maatstaf hebben: Het bruto binnenlands product (bbp) per hoofd van de bevolking. Daar zie je meteen de relatie opdoemen. Economische groei is de percentuele verandering van het bbp en door het bbp te delen door de bevolkingsomvang krijgen we een welvaartsmaatstaf per hoofd – of per mond zo je wilt. Dus als we een prognose van de bevolkingsgroei of -krimp hebben, weten we wat we aan economische groei nodig hebben.

Ik heb onderzocht hoe de ontwikkeling van het bbp en de bevolking zich de afgelopen eeuw heeft verhouden. Ik beschik over data5 vanaf 1921 en heb het bbp gecorrigeerd voor 1900 prijzen, dat wil zeggen dat ik het bbp tegen lopende prijzen – de prijzen van het desbetreffende jaar – heb gedeeld door het prijsindexcijfer waarvan het basisjaar 1900 is6. Dit maakt het mogelijk om het verloop van de materiële welvaart te vergelijken met de voorgaande jaren. Dit leverde de volgende grafiek op:

Te zien is, dat de economie meer groeit dan de bevolking. Bevolkingsgroei kan deels de motivatie zijn om economisch te groeien, maar er is meer aan de hand.


Hoe kunt u dit in de les gebruiken?

U kunt uw leerlingen de volgende vragen voorleggen:

  • Het bbp is aan de hand van de consumentenprijsindex omgerekend naar 1900 prijzen, dat wil zeggen dat het basisjaar 1900 (=100) is. Waarom is hiervoor gekozen?7
  • De grafiek laat zien dat we, als we alleen de bevolkingsaanwas als maatstaf nemen, teveel economische groei hebben gehad. Leg dit uit.8
  • Stel dat we tevreden waren met onze materiële welvaart van 1960 en we daarom 1960 als maatstaf nemen. Hoe had dan, vanaf 1960, het verloop van het bbp in 1900 prijzen moeten zijn? Dat kun je in de grafiek tekenen.9
  • Het bbp was in 1960 4.582 mln euro (in 1900 prijzen). De bevolking was in 1960 11.417.000. Bereken het bbp per hoofd van de bevolking.10
  • Het bbp in 1900 prijzen was in 2017 23.012 mln euro. De bevolking was 17.082.000. Bereken het bbp per hoofd van de bevolking. Met hoeveel procent is het gestegen ten opzichte van 1960?11
  • Reken het bbp dat je hebt berekend voor 2017 om naar het bbp in lopende prijzen van 2017. Hiervoor heb je het CPI nodig. Die was in 2017 2.838,2 (1900=100).12

  1. Moet groei?, Economiewijs, 20 april 2018
  2. Economische groei om af te lossen, Economiewijs, 23 april 2018
  3. Ik ben me ervan bewust dat dit een stuk geavanceerder kan, rekening houdende met verschillen in leeftijd, gewicht, lengte, maar bijvoorbeeld ook het klimaat, maar daarmee schiet ik hier het doel voorbij. Het gaat om het idee.
  4. Later kom ik nog terug op gemiddelde welvaart per persoon, maar hier ga ik er voor het gemak van uit dat we niet alleen tevreden zijn met de hoogte van de gemiddelde welvaart, maar ook met de verdeling.
  5. CBS.nl, statline, de tabellen: Opbouw binnenlands product, nationale rekeningen, 23 juni 2017 – Bevolking, huishoudens en bevolkingsontwikkeling van 1899, 29 december 2017 – Consumentenprijzen, prijsindex 1900 = 100, 8 februari 2018, Nationale rekeningen, historie 1900 – 2012, 26 juni 2014.
  6. Daarnaast is er een revisie geweest van de wijze waarop het bbp berekend wordt en dat levert een breuk op in de datareeks. De nieuwe berekening is beschikbaar vanaf 2009 en de oude berekening tot en met 2012. De overlap heb ik gebruikt om een ratio te berekenen tussen beide bbp’s en omdat de ratio’s die ik berekende dicht bij elkaar lagen – tussen de 1,073 en 1,077 – heb ik hier het gemiddelde van genomen en voor het ‘oude’ bbp ge-extrapoleerd naar de jaren 2013 tot en met 2016 om de databreuk te ‘lijmen’.
  7. Door het bbp om te rekenen naar de prijzen van één en hetzelfe jaar (1900), kun je de reële waarde van het bbp met elkaar vergelijken. Na deze correctie kun je voor een bedrag van 100 euro hetzelfde kopen in 1921 als in 2017.(Afgezien van de producten die in 1921 nog niet verkrijgbaar waren.)
  8. Als we alleen kijken naar het aantal extra monden dat gevoed moet worden, dan moet het bbp evenveel groeien als de bevolking. Dat betekent dat de bbp-lijn een vergelijkbaar verloop moet hebben als de bevolkingsomvang-lijn. De bbp-lijn stijgt echter sneller.
  9. Je mag dan een lijn verwachten die vanaf 1960 parallel blijft lopen aan de bevolkingsomvang-lijn.
  10. bbp per hoofd 1960= 4.582.000.000 / 11.417.000 = 401,3 euro. Dit lijkt misschien weinig, bedenk dat het tegen 1900 prijzen is gewaardeerd.
  11. bbp per hoofd 2017 = 23.012.000.000 / 17.082.000 = 1.347,16 euro. Dit is een stijging van 1.347,16 / 401,3 * 100% = 335,7%, oftewel zo’n 3 1/3 ‘over de kop’.
  12. bbp per hoofd tegen 2017 prijzen = 1.347,16 / 100 * 2.838,2 = 38.235 euro.