Assen omgekeerd?

Ik heb lesgegeven in een parallelklas met leerlingen die economie als keuzevak hadden. De Natuur & Techniek leerlingen waren altijd bereid me erop te wijzen dat de assen van het marktmodel verkeerd benoemd zijn: de onafhankelijke variabele, de prijs, staat namelijk op de y-as en de afhankelijke variabele, de hoeveelheid, op de x-as. Ze leren bij wiskunde dat dat niet mag. De onafhankelijke variabele hoort op de x-as. Ze houden nog net hun hoofd niet scheef als ik een marktmodel op het bord teken.

Ik heb altijd gedacht dat het marktmodel stamde uit de tijd vóór de wiskundigen hier afspraken over maakten. De regels kwamen later dan onze wiskundige analyse van een maatschappelijk fenomeen. Daarom hebben we het zo gelaten. Wij waren eerst.

Maar nu las ik in De geschiedenis van het economisch denken door F. Broekman dat de vork anders in de steel zit. Marshall, de grondlegger van de analyse van deelmarkten, zag de hoeveelheid als onafhankelijke variabele, waarvan de prijs afhankelijk was. Hij stelde dat de prijs die iemand bereid is te betalen, afhankelijk is van de hoeveelheid die hij al heeft van het goed. Hoe meer hij al heeft, hoe minder hij voor één extra wil betalen. Vandaar dat de prijs daalt, als de hoeveelheid toeneemt. 1
Marshall ging volgens Broekman ook uit van de aangeboden hoeveelheid als de onafhankelijk variabele van de aanbodcurve. De minimale prijs die aanbieders vragen stijgt als de aangeboden hoeveelheid stijgt. Dat komt doordat aanbieders gebruik moeten gaan maken van minder goed geschoold personeel, met een lagere arbeidsproductiviteit, en de grondstofkosten stijgen.

Het is nu gebruikelijk om te redeneren met de prijs als onafhankelijke, maar als je N&T leerlingen in je klas hebt die je wijzen op deze ‘fout’ in het marktmodel, dan kun je ze vertellen hoe de vork in de steel zit. Misschien kun je het aangrijpen om een tipje van de sluier op te lichten: het marktmodel heeft haar oorsprong in het nutsdenken, en het dalende verloop van de vraagcurve is te verklaren met de eerste wet van Gossen. 2


1 Dit sluit aan bij leerdoel 1.1 van het concept Markt: “Betalingsbereidheid als de maximale prijs die een vrager bereid is te betalen voor één eenheid van een goed.”

2 Bij toenemende consumptie van een goed of dienst, neemt het grensnut daarvan af.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *